Zoals reeds eerder gemeld in andere artikelen op deze website hield Hitler van groot, groter, grootst. Een project wat zeker in deze categorie past is de aanleg van de Atlantikwall, een enorm verdedigingswerk, waar Hitler in 1942 mee begon. De Atlantikwall liep van Noorwegen tot aan de grens met Spanje en was 5000 kilometer lang. De kustlijn van Noordzee, het Kanaal en de Atlantische Oceaan zou verdedigd worden door 15.000 bunkers en versperringen. Waar mogelijk zouden natuurlijke hindernissen worden ingepast zoals kliffen en rotsen langs de kust. Een aardig klusje waar 11 miljoen ton beton (600.000 kubieke meter per maand) en 1 miljoen ton staal voor de wapening van het beton zou worden gebruikt.
Hoe werd de aanleg van de immense Atlantikwall betaald? Ten eerste op rekening van de bezette gebieden, dus eigenlijk betaalde men voor de eigen onderdrukking. Ten tweede vorderden de Duitsers massaal lokaal personeel, bouwbedrijven en materialen. Voor de constructie werden zowel lokale arbeiders als dwangarbeiders ingezet. Het aantal wordt geschat op 450.000 arbeiders. De uitvoerende bouwmaatschappij was in handen van Organisation Todt.
Organisation Todt

De Organisation Todt was een enorme, semi-militaire staatsorganisatie die verantwoordelijk was voor de bouw van de grote militaire projecten, zoals de Antlantikwall en de Westwall, het maken van bunkers, wegen (Autobahnen) en vliegvelden. De organisatie bouwde al deze projecten niet zelf maar hield zich bezig met het ontwerp en de controle over de uitvoering. Er werd op grote schaal gebruik gemaakt van dwangarbeiders, krijgsgevangenen en later ook gevangenen uit de concentratiekampen. Het totaal aantal arbeiders dat gewerkt heeft aan het grootste deel van de projecten wordt geschat op 1.400.000, waarvan het merendeel gevangenen.
De eindverantwoordelijke voor Organisation Todt was vanaf de oprichting in 1933 Fritz Todt. Fritz Todt werd lid van de NSDAP en van de SA (Sturmabteilung) in 1922. Zijn carrière nam een enorme vlucht toen Hitler aan de macht kwam. Na zijn overlijden tijdens een vliegtuigcrash in 1942, werd Albert Speer verantwoordelijk.
Het doel van Hitler was om van de Atlantikwall een bijna onneembare vesting te maken, die met relatief weinig manschappen kon worden verdedigd, waardoor hij soldaten kon vrijmaken voor de gevechten aan het Russische front. Op 25 augustus 1942 komt het bevel (bevel nummer14) van generaal-veldmaarschalk Gerd Von Rundstedt om te beginnen met de aanleg van de Atlantikwall.
Op 1 mei 1943 liep de planning zwaar achter door gebrek aan arbeiders, bouwmaterialen en brandstof. Ongeveer een kwart van de bouwwerken waren gerealiseerd.
Erwin Rommel

Vanwege de grote achterstand werd Erwin Rommel aangesteld tot inspecteur van de bouwwerkzaamheden. Rommel was van mening dat bij een aanval vanuit zee het beslissende gevecht op het strand zou plaatsvinden en hij liet, buiten de bunkers (WN) en forten, daarom allerlei versperringen in de vloedlijn plaatsen, zoals Tellermijnen, prikkeldraad, een anti-tankmuur, Tetrahydra’s, Tsjechische egel, Hemmbalk en Belgische poorten. Ook was hij van plan een eerste verdedigingslinie van 50 miljoen mijnen aan te leggen om de stranden om te toveren tot gigantische mijnenvelden. Mede door geallieerde luchtaanvallen en het gebrek aan mijnen werden er ongeveer 6 miljoen mijnen gelegd.

In het gebied achter de kustlijn had Rommel nog een uitgebreid netwerk van palen gepland (Rommels asperges), onderling met prikkeldraad verbonden en voorzien van mijnen als verdediging tegen luchtlandingen.
Toen juni aanbrak waren er nog steeds grote gaten in de verdedigingswerken. Nieuwe uitvindingen werden door de geallieerden opgemerkt en onderzocht door geallieerde specialisten die ’s nachts heimelijk de stranden bezochten. De aanleg van de tweede verdedigingslijn dieper landinwaarts werd geschrapt.

Het gebrek aan arbeiders probeerde Rommel te compenseren door manschappen van de Luftwaffe te gebruiken. Maar de Luftwaffe was Görings privéterrein en hij wilde geen toestemming geven om zijn troepen te gebruiken bij de aanleg van de verdedigingswerken.
Er zaten dus voor D-Day grote gaten in de verdedigingslinie. Was dat de schuld van Rommel? Zeker niet, de verdedigingswerken waren waar mogelijk versterkt en de opstelling van zijn troepen enorm verbeterd. Gebrek aan de benodigde materialen en arbeiders waren voor Rommel de grootste boosdoeners.
De Westwall
De Atlantikwall was niet de enige door de Duitsers te bouwen verdedigingslinie. De Westwall, ook wel de Siegfriedlinie genoemd, was één van de grootste militaire bouwprojecten van het Derde Rijk, bouwperiode 1936-1940. Duizenden bunkers, tankversperringen, ondergrondse tunnels, geschutsopstellingen en logistieke infrastructuur waren onderdeel van de verdedigingslinie en liep langs de volledige westgrens van Duitsland, van Kleef aan de Nederlandse grens tot Basel aan de Zwitserse grens, ongeveer 630 km.

Deze verdedigingslinie bestond uit tussen de 17.000 en 18.000 bunkers en versterkingen, duizenden kilometers loopgraven, uitgebreide antitankhindernissen, observatieposten, artillerie- en machinegeweerbunkers en luchtafweergeschut, over een lengte van 630 km.
De bouw stond eveneens onder toezicht van de Organisation Todt en op het hoogtepunt werkten er ongeveer 500.000 arbeiders, duizenden ingenieurs, honderden bouwbedrijven in de Duitse cement- en staalindustrie aan het project.
De gebruikte hoeveelheid beton wordt geschat op rond de 7 miljoen kubieke meter en staal ongeveer 1,2 miljoen ton, hoewel de cijfers hier en daar verschillen. Het staal werd gebruikt voor de bewapening van het beton, pantserplaten, geschutskoepels, schietgaten, deuren, spoorinfrastructuur en antitankversperringen.
De drakentanden waren één van de bekendste onderdelen van de verdedigingslinie, honderden kilometers lang en 3 tot 6 rijen diep.
De totale kosten bedroegen ongeveer 3,5 miljard Reichsmark, omgerekend naar nu vele tientallen miljarden euro’s.
De Westwall was waarschijnlijk het grootste fortificatieproject vóór de aanvang van de bouw van de Atlantikwall.

De Maginotlinie
Frankrijk begon in 1929 al aan de bouw van een technisch en bouwkundig superieur verdedigingssysteem. Er is tot 1940 aan gewerkt en het hoofdtraject liep van de Zwitserse grens tot de Belgische grens, eigenlijk parallel aan de Siegfriedlinie. De totale lengte van het zwaar versterkte systeem bedroeg circa 450 km, inclusief latere uitbreidingen zelfs tot een lengte van ongeveer 700 km.
De Maginotlinie was geen doorlopende muur, maar een zone van soms 20 km diep, opgebouwd uit forten, bunkers, artilleriestellingen, antitankversperringen, observatieposten en ondergrondse verbindingen.
Het ontwerp en de begeleiding van de projecten was de taak van de Franse genie. De Commission d’Organisation des Régions Fortifiées (CORF) bepaalde vanaf 1927 het ontwerp, ligging en uitvoering. De Section Technique du Génie (STG) stelde de technische normen en bouwtekeningen op. De feitelijke bouw werd uitgevoerd door particuliere aannemers en gespecialiseerde bouwbedrijven onder toezicht van het leger.
De hoeveelheid beton en staal gebruikt voor de aanleg wordt geschat op 2 miljoen m3 beton en 150.000 ton staal voor koepels, bepantsering en wapensystemen. De draaibare geschutstorens konden volledig in het beton verdwijnen als ze niet werden gebruikt.
De linie was opgebouwd uit 37 grote forten die meestal ondergronds waren, met een bemanning van 500 tot 1000 soldaten per fort, met een eigen elektriciteitscentrale, ziekenboegen, keukens en magazijnen. Veel van deze grote forten beschikten ook nog over elektrische spoorwegen, ondergrondse tunnels, munitietreinen, waterreservoirs, dieselgeneratoren en een luchtfiltersysteem tegen chemische wapens. Een soldaat kon kilometers afleggen zonder bovengronds te komen.
Daarnaast bestond de linie uit tientallen kleine forten, honderden infanteriebunkers, observatieposten, kazematten en duizenden ondersteunende constructies.
De bouw van de linie kostte ongeveer 5 miljard Franse francs, nu vele miljarden euro’s en was één van de duurste bouwprojecten van die tijd.
De meeste forten bleven operationeel en werden niet veroverd toen Duitsland België binnen viel. De Duitse pantserdivisies trokken door de Ardennen en omzeilden dus de Franse legers en de forten. De Maginotlinie werd niet verslagen, maar omzeild.
Omdat de Maginotlinie en de Siegfriedlinie tegenover elkaar lagen hierbij een kleine vergelijking:
Maginotlinie, 450 km hoofdsector, bouwperiode 1929-1940, bestaande uit veel grote forten, gebouwd van zeer zwaar beton, met veel stalen geschutskoepels. De kosten per kilometer waren enorm hoog.
De Siegfriedlinie, 630 km lang, bouwperiode 1936-1940, vrijwel geen grote forten, een lichtere betonconstructie met weinig stalen geschutskoepels. De kosten per kilometer waren daardoor aanzienlijk lager.
Andere linies
De Pommernstellung
De Pommernstellung (Pommernwall of Pommernlinie) was een door de Duitsers opgezette verdedigingslinie in de regio Pommern, gebouwd tussen 1932 en 1945.
De linie strekte zich uit door het Pommerse merengebied, van Landsberg an de Warthe (Gorzów Wielkopolskie) in het zuiden tot Baldenburg (Bialy Bór) en Pollnow (Polanów) in het noorden.
De linie werd in de jaren 30 aangelegd als een lichte verdediging tegen een mogelijke aanval uit Polen. De linie bestond uit belangrijke verdedigingspunten en sterke fortificaties bij Neustettin (Szczecinek) en Deutsche-Krone (Walcz).
Toen bleek dat de Duitsers na het verlies van Operatie Barbarossa in rap tempo werden teruggedrongen, werd de linie verder versterkt om de opmars van het Rode Leger te vertragen.
De Ostwall
De Ostwall of de Panther-Wotan linie was een Duitse verdedigingslinie aan het Oostfront. Het diende als terugvallijn tegen het oprukkende Rode Leger.
De Ostwall bevond zich op de linkeroever van de rivier de Dnjepr. De Pantherlinie liep van de Oostzee via de Narva tot en met de westoever van het Peipusmeer en via Vitebsk en Pskov tot aan de Dnjepr. De Wotanlinie liep van Dnipro tot de Zee van Azov.
In het hoofd van Adolf Hitler kwam het woord verliezen niet voor. Hij was tegen de bouw van de Ostwall omdat het een teken van zwakte zou betekenen. Toch begon de bouw in september 1943. Meer dan 50.000 arbeiders uit de burgerbevolking werden ingezet die 6.000 versterkingen bouwden waaronder 800 betonnen bunkers, 30 km tankgrachten groeven en meer dan 180 km prikkeldraad installeerden.
Ruim 900.000 mensen die in het gebied woonden werden door de Duitsers uit voorzorg gedeporteerd om te vermijden dat ze werden ingelijfd in het Rode Leger. Ongeveer 250.000 mannen werden zo naar Litouwen en Letland gedeporteerd.
Eind september 1943 doorbrak het Rode Leger de Wotanlinie omdat die nog in opbouw was. De door de Russen opgezette Operatie Bagration in juni 1944 betekende de definitieve opheffing van de Ostwall.
Het gebruik van bouwstandaarden

Bij de bouw van de Atlantikwall werd door de Duitsers een systeem van standaard bouwwerken uit de 500, 600 en 700 serie ontwikkeld (Regelbauten). De serie bestond uit bunkerontwerpen vanaf type 601 tot en met type 699, allen met een specifiek doel en opbouw. Ook werd er bij de aanvang nog gebruik gemaakt van ontwerpen van de 500 serie die oorspronkelijk waren ontwikkeld voor de bouw van de Westwall. In de loop van 1944 werd de serie 600 uitgebreid met de 700 serie, 701, 702, 703 en 704. Deze bunkers waren vaak gespecialiseerde gevechtsbunkers.

De afmetingen, wanddiktes, ventilatie, munitieopslag en indeling waren vastgelegd in bouwvoorschriften, strak begeleid door Organisation Todt, waardoor in een relatief korte tijd duizenden bunkers snel konden worden gebouwd.
Naast de in serie gebouwde bunkers werden diverse strategische plaatsen aangewezen als Festungen (forten). Dit waren belangrijke zwaar versterkte locaties, die de geallieerden moesten tegenhouden om deze locaties als belangrijke haven te gebruiken, zoals bijvoorbeeld:

Festung Brest – marine haven en U-boot basis
Festung Lorient en Saint-Nazaire – bekend van de gigantische U-boot bunkers
Festung Calais en Duinkerken – cruciaal vanwege de smalle doorgang van Het Kanaal
Festung Gironde – bewaakte de havenstad Bordeaux

Festung La Rochelle/La Palice – een belangrijke U-boot basis aan de Atlantische kust, samen met Brest, Lorient en Saint-Nazaire. De Festung werd door de geallieerden niet aangevallen maar omsingeld. Het Duitse garnizoen bleef standhouden tot het einde van de oorlog op 8 mei 1945
Festung Saint-Malo en het eiland Cézembre – schakel in de Duitse kustverdediging en een uitwijkhaven voor kleinere Duitse marine eenheden. Belangrijk feit, de Duitsers in Cézembre wilden zich niet overgeven en werden hevig bestookt door de geallieerden. Er werden duizenden bommen afgeworpen, waaronder napalmbommen. Pas op 2 september 1944 gaf het garnizoen zich over
Festung Hoek van Holland – bescherming Nieuwe Waterweg en de haven van Rotterdam
Festung IJmuiden – ter bescherming van de sluizen en de daar gebouwde bunkers van de Kriegsmarine
De kanaaleilanden
De Kanaaleilanden waaronder Guernsey en Jersey waren het enige Britse gebied dat ooit door de Duitsers is bezet en werden omgevormd tot onneembare eilandforten. Tijdens de landingen in Normandië werden deze eilanden door de geallieerden omzeild en waren voor de verdediging van de landingszone van geen enkele waarde.
De Atlantikwall kan worden beschouwd als een industrieel geproduceerde verdedigingslinie met honderden Regelbauten types die van Noorwegen tot Spanje werden toegepast. De Duitsers dreven de standaardisering in vergelijking met de Fransen het verst door.
De Westwall was eigenlijk een voorloper van de Atlantikwall qua standaardisering. Men gebruikte verschillende Bauprogrammen:
Grenzwacht-Programm, Limes-Programm, Aachen-Saar—Programm en Geldern- en Kriegregelbau-Programm
Binnen deze programma’s kwamen standaard typen bunkers voor die in grote aantallen werden gebouwd. Ook de “drakentanden” werden volgens vaste normen gebouwd.
Bij de bouw van de Ostwall werd eveneens een aantal standaarden gehanteerd, maar niet zo ver doorgevoerd als bij de Atantikwall/Westwall. De linie bestond uit standaard infanteriebunkers, observatieposten, artillerie werken en ondergrondse verbindingen. Veel werken werden aangepast aan de lokale situatie.
De Fransen gebruikten bij de aanleg van de Maginotlinie eveneens standaardontwerpen, maar minder strak dan de Duitsers. Er werden de volgende categorieën gehanteerd:
Kleine infanteriekazematten, standaard observatieposten, standaard geschutskoepels en grote forten.
De technische onderdelen waren sterk gestandaardiseerd:
Pantserkoepels, geschutsopstellingen, ventilatiesystemen, generatoren en bepantserde deuren
De grote forten werden telkens aangepast aan de situatie terplekke.
Conclusie
Wat hebben deze enorme kostbare bouwwerken Duitsland en Frankrijk nu eigenlijk gebracht?
Het deel van de Atlantikwall in Normandië werd op 6 juni 1944, op de eerste dag van de invasie eigenlijk door de geallieerden al doorbroken en speelde na een aantal dagen geen rol meer van betekenis.
De Westwall was volgens de Duitsers na de overwinning op Frankrijk eigenlijk niet meer nodig. Het front was opgeschoven en de Westwall lag nu eigenlijk op de verkeerde plaats. Vanaf 1940 werden veel onderdelen weggehaald en gebruikt bij de bouw van de Atlantikwall. De bunkers, kazematten, drakentanden en tankgrachten bleven bestaan, maar waren vaak leeg of nog maar gedeeltelijk uitgerust.
Na de landingen in Normandië werd de Westwall weer belangrijk en moesten de bunkers in allerijl weer worden hersteld, wat maar gedeeltelijk lukte. In 1944 werd de verwaarloosde Westwall meer gezien als een middel om de opmars te vertragen. Bij de Slag om het Hürtgenwald speelde de Westwall nog een belangrijke rol en bleek alsnog een lastig obstakel voor de geallieerden.
Zoals reeds eerder vermeld werd de Maginotlinie door de Duitsers simpelweg omzeild door via België op te rukken. De linie werd door de Fransen volledig bemand, maar speelde geen enkele rol in het tegenhouden van de Duitsers aan het begin van de oorlog.
Bronvermelding:
Hitlers Atlantikwall – George Forty, Leo Marriott en Simon Forty
Diverse Wikipedia artikelen