Toen de Verenigde Staten eenmaal wakker waren geworden na de aanval op de vloot in Pearl Harbor en de Engelsen na de Slag om Engeland weer mogelijkheden zagen om hun luchtvloot uit te breiden, werden er enorme hoeveelheden bommenwerpers en jachtvliegtuigen gebouwd.
Hoewel de aantallen bij diverse sites vaak variëren (vaak ook na de oorlog nog gebouwd) volgt hieronder een overzicht van de meeste door de geallieerden geproduceerde vliegtuigen:
Verenigde Staten – bommenwerpers:

Boeing B17 – Flying Fortress, viermotorige zware Amerikaanse bommenwerper, geproduceerd tussen de 12.000 en 13.000 stuks
Consolidated B-24 – Liberator, meest geproduceerde viermotorige Amerikaanse zware bommenwerper: tussen de 18.000 en 19.000 toestellen gebouwd
Lockheed Hudson, lichte Amerikaanse/Engelse bommenwerper veel gebruikt door de RAF, 2.900 toestellen gebouwd

Douglas A-20 Havoc/Boston, lichte Amerikaanse bommenwerper, gebruikt door de RAF en de USAAF, 7.500 toestellen geproduceerd
Martin B-26 Marauder, lichte Amerikaanse bommenwerper, rond de 5.200 gebouwd
North American B-25 Mitchell, lichte Amerikaanse bommenwerper, bekend van de Doolittle raid na de aanval op Hawaï, gebouwd rond de 9.800 stuks
Verenigd Koninkrijk – bommenwerpers:

Avro Lancaster, viermotorige zware Engelse bommenwerper, geproduceerd tussen de 7.000 en 7.500 toestellen
Handley Page Halifax, viermotorige zware Engelse bommenwerper, geproduceerd tussen de 6.000 en 6.500 toestellen
Short Stirling, viermotorige Engelse zware bommenwerper, voorloper van de Lancaster en de Halifax, geproduceerd rond de 2.400 toestellen

De Havilland Mosquito, tweemotorig toestel, werd gebruikt als lichte bommenwerper, jachtvliegtuig en verkenningsvliegtuig, geproduceerd tussen de 7.500 en 8.000 toestellen
Vickers Wellington, vooral gebruikt als tweemotorige nachtbommenwerper, het meest geproduceerde Engelse toestel, rond de 11.460 stuks
Bristol Beaufighter, lichte bommenwerper/torpedo jachtvliegtuig, rond de 5.900 geproduceerd
Verenigde Staten – jachtvliegtuigen:

North American P-51 Mustang, Amerikaanse lange afstandsjager, bekend onder andere om het escorteren van bommenwerpers boven vijandig gebied, totaal aantal geproduceerd 15.000
Republic P-47 Thunderbolt, zwaar bewapend Amerikaans jachtvliegtuig, ook ingezet als jachtbommenwerper, 16.000 stuks gebouwd

Curtiss P-40 Warhawk, Amerikaans jachtvliegtuig, ingezet in de Pacific, Afrika en China, geproduceerd tussen de 13.500 en 14.000 toestellen
Lockheed P-38 Lightning, tweemotorige Amerikaanse jager, speciaal geschikt voor langeafstandsmissies (Pacific), 10.000 toestellen geproduceerd
Vought F4U Corsair, Amerikaans gevechtsvliegtuig speciaal gebouwd voor de US NAVY voor het opstijgen en landen op vliegdekschepen, aantal gebouwd rond de 12.580 stuks (t/m 1953)
Verenigd Koninkrijk – jachtvliegtuigen:

Supermarine Spitfire – Iconisch Brits jachtvliegtuig, aantal geproduceerd 20.300
Hawker Hurricane – Brits jachtvliegtuig, 14.500 gebouwd
Hawker Tempest, long range fighter, speciaal geschikt voor het aanvallen van gronddoelen en het uitschakelen van V1 vliegende bommen, rond de 1.700 gebouwd

Hawker Typhoon, long range fighter en bommenwerper, rond de 3.320 gebouwd
Hawker Sea Fury, geschikt voor gebruik op Royal Navy vliegdekschepen, rond de 860 toestellen gebouwd
Overige:

Bovenstaand overzicht is een opsomming van de bekendste bommenwerpers en jachtvliegtuigen. Om de lijst te completeren volgen nu nog een aantal minder bekende vliegtuigen of vliegtuigen die voor een ander doel werden gebruikt.
Fairey Battle, tweemotorige lichte Engelse bommenwerper, verouderd, maar nog wel ingezet aan het begin van de oorlog, gebouwd rond de 7.500 toestellen

Superfortress, bekend van de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, gebruikt aan het einde van de oorlog, 3970 stuks gebouwd
Boulton Paul Defiant, jachtvliegtuig, verouderd, een “turret fighter” gebruikt tot en met 1943, 1.064 gebouwd
Consolidated PBY-1/5 Catalina, watervliegtuig veel gebruikt als verkenningstoestel en patrol bomber, rond de 3.300 gebouwd
Douglas DC3/C47, passagiers- en troepentransportvliegtuig, rond de 16.000 gebouwd. Volgens Eisenhower het werkpaard van de luchtmacht, een van de belangrijkste wapens die de geallieerden hielpen de oorlog te winnen
Verliezen:
Het aantal vliegtuigen dat verloren is gegaan tijdens bombardementen door afweergeschut of luchtgevechten is enorm. Hieronder een aantal voorbeelden:
Boeing B17 – Flying Fortress: ongeveer 4.750 toestellen gingen verloren
Consolidated B-24 Liberator: 3.500 stuks

Martin B-26 Marauder: van de 5.200 gebouwde toestellen overleefden slechts een handvol de oorlog. Vooral tijdens de trainingen in de VS gingen in het begin veel toestellen verloren. De bijnaam was dan ook de widow maker of flying coffin. Na verbeteringen aan het vliegtuig werden de verliezen aanzienlijk minder
North American B-25 Mitchell: aantal onbekend, maar de B-25 was een van de meest succesvolle toestellen van de geallieerden. Alle 16 B-25 van de Doolittle Raid op Tokyo gingen verloren. Er zijn er wereldwijd meer dan honderd overgebleven, waarvan 45 nog luchtwaardig

Avro Lancaster: ongeveer 3.300 toestellen gingen verloren
Handley Page Halifax: ongeveer 1.800 gingen verloren
Short Stirling: ongeveer 800 toestellen gingen verloren
Vickers Wellington: verliezen rond de 2.290 stuks
North American P-51 Mustang: 2.500 stuks
Republic P-47 Thunderbolt: 3.500 toestellen
WASP – Women’s Army Service Pilots

Tijdens de oorlog werden er veel verliezen geleden, zowel vliegtuigen als bemanningen. Vliegtuigen die verloren waren gegaan moesten worden aangevuld door nieuwe productie in de diverse fabrieken. De toestellen moesten worden getest en op diverse plaatsen worden afgeleverd, redelijk dichtbij maar ook ver weg. Maar wie moest dit doen? Er was immers al een grote schaarste aan vliegtuigbemanningen. In 1939 schreef piloot Jacqueline “Jackie” Cochran een brief aan de First Lady Eleanor Roosevelt met de suggestie om vrouwelijke piloten te gebruiken om vliegtuigen te testen en af te leveren. Generaal Robert Olds vroeg haar als test om een bommenwerper over te vliegen naar het Verenigd Koninkrijk. Jackie leverde het toestel keurig af in Engeland, werd vrijwilliger bij de Air Transport Auxiliary (ATA) en rekruteerde 25 vrouwelijke Amerikaanse piloten om te helpen vliegtuigen naar diverse plaatsen in Europa over te brengen. De Amerikaanse vrouwen waren de eerste Amerikaanse vrouwen die vlogen in militaire toestellen.
In de zomer van 1941 stuurde Jackie en testpiloot Nancy Harkness Love verzoeken aan de U.S. Army Air Forces om vrouwen in niet-gevechts missies toe te staan, met als doel om mannelijke piloten vrij te maken voor gevechtsdoeleinden. Het plan was om gekwalificeerde vrouwelijke piloten in te zetten om vliegtuigen van de fabrieken naar een militaire basis over te brengen.
Toen Robert Love, de man van Nancy, liet weten dat zijn vrouw een piloot was raakte Kolonel William Turner geïnteresseerd en vroeg of zijn vrouw nog meer vrouwelijke piloten kende. Turner en Nancy Love werden aan elkaar voorgesteld en zij starten een programma om vliegtuigen van de fabriek af te laten leveren door vrouwelijke piloten. Het plan werd echter niet direct geaccepteerd en er werden burger piloten ingezet om de vliegtuigen af te leveren. Uiteindelijk kwam het plan bij Generaal Henry Arnold terecht. Eleanor Roosevelt ondersteunde nogmaals het plan om vrouwelijke piloten hiervoor in te zetten. Arnold stond nu achter het plan en vaardigde de order uit om binnen 24 uur vrouwelijke piloten aan te nemen. Nancy werd benoemd tot leider van de te vormen groep en de Womans Auxilliary Ferrying Squadron (WAFS) was een feit. De groep werd operationeel op 10 september 1942. Love startte met 28 vrouwelijke piloten, maar groeide tijdens de oorlog uit tot diverse squadrons. Omdat de piloten hun uniform zelf moesten betalen, droegen maar een beperkt aantal hun uniform. Wel kregen zij standaard khaki flight overalls, een parachute, vliegbril, een sjaal en een leren vliegeniersjas.

De WAFS hadden allemaal een gemiddelde van 1.400 vlieguren en een commerciële opleiding. Zij werkten met een 90 dagen, vernieuwbaar contract en verdienden $250 per maand. Wel moesten zij zelf betalen voor een kamer en eten.
Toen Cochran terug kwam uit Engeland ontdekte zij de introductie van de WAFS. Love’s voorstel was kennelijk geaccepteerd terwijl haar eigen voorstel in een la was beland, tijdens een ziekteperiode van generaal Arnold. Arnold nam maatregelen en Cochran werd benoemd tot leider van de Womens Flying Trainining Detachment (WFTD) met als opdracht zoveel mogelijk vrouwen klaar te stomen als piloot.
In de beginfase vonden er tijdens de training een paar ernstige ongelukken plaats. Margaret Oldenburg en haar instructeur moesten oefenen om uit een spin te komen. De oefening mislukte en beiden werden gedood. Cornelia Fort vloog in een groep vliegtuigen met mannelijke piloten. Eén van de piloten kwam te dichtbij het toestel van Cornelia en beschadigde met zijn landingsgestel de vleugel van haar vliegtuig. Haar vliegtuig dook naar beneden, crashte en doodde Cornelia.

In juli 1943 werden op last van Arnold de WAFS en de WFTD samengevoegd tot de Women’s Army Service Pilots (WAFS) met Cochran als leider. Love ging door als verantwoordelijke van de WASP transport organisatie.
Discriminatie
25.000 vrouwen solliciteerden, maar 1.074 voltooiden de training met succes. Het merendeel van de vrouwelijke piloten was wit. Een paar waren van Spaanse afkomst, één afkomstig van de Oglala Sioux stam. Verscheidene Afro-Amerikaanse vrouwen haalde het laatste interview, maar werden allemaal afgewezen. Cochran: “het was al moeilijk genoeg om de weerstand tegen vrouwelijke piloten te overwinnen en dan ook nog eens in een rassenstrijd te belanden”.

Taak
De taak van de WASP was naar de vliegtuigfabriek te gaan, het vliegtuig te testen en uiteindelijk af te leveren. Tussen september 1942 en december 1944 leverden de WASP 12.652 verschillende types vliegtuigen af.
38 piloten verloren het leven bij ongelukken, 11 tijdens de training en 27 tijdens missies. Omdat deze piloten officieel geen deel uitmaakten van het leger, werden overleden piloten op kosten van de familie naar huis vervoerd. In het begin van 1944 stelde Arnold voor om de vrouwelijke piloten toe te laten in de Army Air Forces. De media waren het echter niet met Arnold eens en zij drongen er bij de vrouwen op aan ontslag te nemen en de taken terug te geven aan de mannen.
Op 20 december 1944 werd het WASP opgeheven. Arnold:
“De WASP heeft haar missie volbracht. Hun taken zijn uiterst succesvol uitgevoerd. Maar de kostprijs is hoog geweest. 38 WASP zijn overleden tijdens de job om het land vooruit te helpen naar het moment van de totale overwinning. De luchtmacht zal hun service en hun opoffering voor altijd herinneren”.
Status
Jarenlang werd er geprobeerd de WASP de status van veteraan toe te kennen. Zelfs de Veterans of Foreign Wars (VFW) was daar op tegen: “WASP moeten geen militaire erkenning krijgen, want dat zou de speciale status van de veteranen schaden en grote schade toebrengen aan de voordelen die de veteranen genoten”.
Mede door de inspanningen van Jimmy Carter werd uiteindelijk in 1979 het honorable discharge certificate uitgereikt aan alle voormalige WASP leden. In 1984 gevolgd door het uitreiken van de World War II Victory Medal. Veel van deze medailles werden in ontvangst genomen door de kinderen van de WAFS piloten.
Op 1 juli 2009 reikte President Obama de United States Congress award uit aan de WASP. Obama (verkort): “de WASP hebben met grote moed het verzoek om te helpen beantwoord. Elke Amerikaan zou dankbaar moeten zijn voor hun verdiensten in moeilijke tijden en ik ben vereerd om hun eindelijk de erkenning te geven die zij hebben verdiend”.
Bronvermelding
Wikipedia – WASP