Er zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog vele veldslagen uitgevochten. Het klinkt vreemd, maar daarom heb ik op een enkele uitzondering na, deze veldslagen niet besproken. Een veldslag meer of minder deed er immers niet toe, was business as usual. En zoals al in mijn introductie al vermeld, wil ik alleen de bijzondere gebeurtenissen benoemen.
Wel heb ik in mijn blog over “Vreemde beslissingen die er toe deden”, al wat vreemde en vaak slechte strategische beslissingen benoemd. In deze blog wordt ook operatie Market-Garden al aangehaald.
Omdat deze operatie een aaneenschakeling van allerlei strategische fouten van de geallieerden is geweest en ver boven de andere operaties uitsteekt, ga ik er hier toch dieper op in. Na het lezen van deze blog, is er maar één conclusie mogelijk: zelfs een totale leek op het gebied van oorlogsvoeren had al deze fouten nooit gemaakt. Hoe kon dit dan toch allemaal gebeuren?
Nederland
In Nederland lopen diverse rivieren en kanalen vaak van oost naar west. De te volgen route van Eindhoven naar Arnhem, 120 km lang, begon in het zuiden en liep in noordelijke richting. Het gebied was volledig in handen van de Duitsers. Er moesten dus vele rivieren en kanalen worden overgestoken.
De geallieerde hoofdrolspelers in het plan van Montgomery
Het Britse 30e legerkorps, onder leiding van Brian Horrocks bevond zich op het moment van aanvang in het noorden van België en werd geacht binnen drie dagen met een gigantische colonne rijdend materieel en infanterie over een smalle weg bij Arnhem aan te komen.
De Amerikaanse 101st Airborne Division, onder leiding van Maxwell Taylor, kreeg de taak een aantal bruggen tussen Eindhoven en Veghel veilig te stellen. De route van de colonne van Horrocks moest over deze bruggen de route kunnen vervolgen.
De Amerikaanse 82nd Airborne Division, onder leiding van James Gavin, kreeg een soortgelijke taak; de bruggen tussen Grave en Nijmegen veilig te stellen voor het konvooi van Horrocks.
De Britse 1st Airborne Division, onder leiding van Roy Urquhart kreeg de opdracht de bruggen over de Nederrijn bij Arnhem in te nemen
De Poolse 1st Independent Airborne Brigade moest de Britten ondersteunen bij Oosterbeek, bij Arnhem, vanaf de zuidoever van de Nederrijn
De landingen in Normandië
Montgomery was van mening een landing uit te voeren bij Calais, de kortste route van Engeland naar het continent. De Amerikanen hadden een ander idee en Montgomery kreeg niet zijn zin. De landingen zouden plaatsvinden in Normandië. Dit was voor Montgomery de zoveelste gebeurtenis waarbij vooral Patton een belangrijke rol heeft gespeeld. Patton en Montgomery waren niet bepaald vrienden en hadden al diverse eerdere aanvaringen gehad. Toen Montgomery het plan voor Market-Garden bij Eisenhower voorlegde, was Eisenhower in eerste instantie geen voorstander. Maar de opmerking van Montgomery dat met dit plan de oorlog drastisch kon worden ingekort, deed hem besluiten toch schoorvoetend in te stemmen. Alle Amerikaanse generaals waren tegen dit plan en zij hadden gelijk.
Antwerpen
De Britse Pip Roberts met zijn 11e Britse pantserdivisie, de Black Bulls, arriveerde op 4 september bij Antwerpen en Antwerpen viel eigenlijk zonder slag of stoot in geallieerde handen. Probleem was echter dat Antwerpen 75 km stroomopwaarts van de Scheldemonding lag. Om toegang te krijgen tot de haven van Antwerpen moesten beide oevers van Walcheren en Zeeuws-Vlaanderen worden veroverd op de Duitsers. Pip Roberts wilde daarom zo snel mogelijk doorstoten naar Walcheren omdat de Duitse bezettingsmacht in Walcheren op dat moment vrij beperkt was en zeker niet op de strijd was voorbereid. Gustav von Zangen zat met zijn 15e leger van 100.000 man nog ingesloten bij de Kanaal kust en de Vlaamse kust en kon dus geen rol van betekenis spelen.
Het was dus een uitgelezen moment om Antwerpen vrij te maken voor het aanleveren van de benodigde voorraden voor de geallieerden in plaats van de lange route van de stranden van Normandië, de Red Ball Express, naar het noorden.
Pip Roberts kreeg echter de opdracht om niet naar links af te buigen maar naar rechts langs het Albertkanaal. Montgomery had zijn zin gekregen bij Eisenhower en wilde zo snel mogelijk beginnen met het uitvoeren van het plan.
Het plan van Montgomery

De geallieerde luchtlandingsdivisies moesten landen rond Eindhoven, Arnhem en Nijmegen en de weg vrij maken voor het 30e Legerkorps dat uit het zuiden zou oprukken. Het uiteindelijke doel was de brug bij Arnhem. Als die eenmaal in handen van de geallieerden was, was het eenvoudig (volgens Montgomery) om daarna naar rechts af te buigen en Duitsland binnen te gaan en door te stoten naar Berlijn. Montgomery ging er dus vanuit dat het Duitse hoofdfront al verslagen was.
Strategische fout 1 – de verovering van de oevers van de Schelde had voor moeten gaan
Market-Garden had nooit goedgekeurd mogen worden, Antwerpen had als prioriteit één beschikbaar gemaakt moeten worden voor het aanleveren van de broodnodige voorraden voor de oprukkende legers, die inmiddels al ver van de Normandische stranden verwijderd waren. Het had het logistieke vraagstuk aanzienlijk vereenvoudigd.
Strategische fout 2 – Ernstige onderschatting van de kracht van het resterende Duitse leger
Montgomery was van mening dat de Duitse eenheden in de buurt van Arnhem en langs de route naar Arnhem tweederangs uitgebluste Duitse troepen waren die weinig tegenstand zouden bieden. In werkelijkheid waren Wilhelm Bittrich, Walter Harzer, Kurt Student en Walter Model aanwezig met het II SS Pantserkorps en de 9e SS Pantserdivisie, heren die allen gehard waren in de strijd en tactisch heel goed in staat waren de juiste beslissingen te nemen om de aanvallen af te slaan.
Als je bedenkt dat Hitler op dezelfde tijd zijn leger aan het samenstellen was voor het Ardennenoffensief (Wacht am Rhein), dan is het duidelijk dat Montgomery’s mening er heel erg naast zat.
Door een aantal verkenningsvluchten boven het gebied rondom Arnhem wist het geallieerde opperbevel van de aanwezigheid van pantsertroepen en het verzet had de aanwezigheid meermaals doorgegeven. De Amerikanen werkten graag samen met het verzet, de Britten hechtten minder waarde aan hun inbreng. Montgomery heeft de kracht van de aanwezige Duitse eenheden dus ernstig onderschat.
De uitvoering van het plan
Het is moeilijk om alle gebeurtenissen zo kort en bondig mogelijk weer te geven, zonder in al teveel details terecht te komen. Toch zal ik een aantal details moeten weergeven.
Operation Market

Operation Market was de codenaam voor het luchtlandingsplan, zoals hierboven reeds eerder beschreven.
Strategische fout 3 – Het droppen van de parachutisten moest worden verdeeld over meerdere dagen door gebrek aan voldoende vliegtuigen, waardoor het verrassingseffect volledig te niet werd gedaan
In Engeland stonden 17 september de eerste troepen klaar voor het begin van de actie. De totale luchtvloot bestond uit 1.073 transportvliegtuigen en 500 zweefvliegtuigen, begeleid door 1500 gevechtsvliegtuigen. Na twee uur waren 20.000 man, 511 voertuigen, 330 stukken geschut en 590 ton voorraden in de lucht.
Bij de dropping bij Eindhoven van de 101st Airborne Division werden zestien Dakota’s neergehaald en raakten er meer dan honderd beschadigd. Van de zeventig zweefvliegtuigen bereikten 53 de bestemming. Maxwell Taylor vond de landing een groot succes.
Het 501st Parachute Infantry Regiment (PIR) had de bruggen over de rivier de Aa en de Zuid-Willemsvaart binnen twee uur ingenomen. Het idee om een extra brug in te nemen over het Wilhelminakanaal bij Best lukte niet.
Het 504th PIR kwam vlakbij Grave terecht. De Graafse brug kwam na een kort maar hevig gevecht onbeschadigd in handen van de Amerikanen. De brug bij Heumen over het Maas-Waalkanaal werd later ook onbeschadigd veroverd.
Het 506th PIR kwam onder hevig vuur van de Duitsers te liggen Toen ze uiteindelijk bij de brug over het Wilhelminakanaal bij Son aankwamen, werd deze door de Duitsers opgeblazen. De genietroepen moesten zo snel mogelijk een nieuwe, voor zwaar materieel geschikte noodbrug bouwen.
De 82nd Airborne Division verloor ook een aantal Dakota’s en zweefvliegtuigen. Zij moesten verder doorvliegen over Nederland en dat resulteerde in het verlies van een behoorlijk aantal Dakota’s en zweefvliegtuigen. Ook James Gavin was tevreden over de landing.
Strategische fout 4 – de brug bij Nijmegen had direct ingenomen moeten worden
Het hoofdkwartier van de divisie landde bij Groesbeek zonder veel problemen. De Waalbrug bleek te worden verdedigd door een kleine hoeveelheid Duitsers, terwijl Model verboden had de brug op te blazen. James Gavin liet de kans om de brug direct te veroveren echter ongebruikt. Gavin besloot pas in de avond richting de brug te trekken maar stuitte nu op een door Bittrich inderhaast opgeroepen deel van de 9 SS-Panzer-Division Hohenstaufen. De brug werd de eerste dag niet veroverd.
De Britse 1st Airborne Division landde rond drie uur in de middag bij Heelsum en Wolfheze. De landing werd perfect uitgevoerd en er was bijna geen weerstand. Toch ontstonden er al direct problemen met de radioapparatuur. Er was bijna geen communicatie mogelijk met de eenheden en al helemaal niet met het opperbevel in Engeland. Het probleem met de communicatie apparatuur was in Engeland al vastgesteld, maar er was verder niets aan gedaan.
Strategische fouten 5 en 6 – verkeerde dropzones en foute communicatie apparatuur
De Britse 1st Airborne Division was veel te ver van de brug bij Arnhem gedropt. Het landingsterrein lag dertien kilometer van de brug en moest tot de volgende dag door één van de drie brigades bewaakt worden. Omdat de transportvliegtuigen slechts één zweefvliegtuig konden trekken, zou de Derde Brigade pas de volgende dag kunnen landen. Het verrassingselement van de landing was daardoor helemaal weg.
Door het gebrekkige radiocontact kon Roy Urquhart geen verbinding krijgen met zijn eenheden en besloot persoonlijk verbinding te gaan leggen. Niet zo’n goede beslissing want zo viel het centraal commando weg. Het lukte de 1st Parachutist Brigade, de enige brigade die nog beschikbaar was, onder leiding van Gerald Lathbury, niet om de opmars snel en efficiënt uit te voeren.
De Duitsers reageerden snel. Josef Krafft nam met zijn 453 man direct maatregelen en blokkeerde de centrale route naar het oosten en sloot met een paar gemechaniseerde kanonnen ook de noordelijke route af. De Britten liepen grotendeels stuk op deze verdediging.
Het 2nd Parachutist Battalion onder leiding van John Frost had meer succes. Frost arriveerde rond acht uur met de eenheid in de huizen aan weerszijde van de noordelijke oprit van de brug bij Arnhem. Twee aanvallen op de zuidelijke oprit mislukten. Een compagnie van het 3rd Battalion voegde zich bij Frost.
Operation Garden

Operation Garden was de codenaam voor de opmars van het Britse 30e legerkorps vanuit het zuiden naar Arnhem. Brian Horrocks gaf het signaal om het vuur te openen op de Duitse stellingen. Keith Heathcote, commandant van de voorste tankeenheid gaf om 14.35 uur het opmarsbevel. De Shermans, met infanterie op de romp, rolden met 12 km per uur over de enige beschikbare straatweg voorruit. De troepen waren al snel de grens gepasseerd.
Het plan
Het 30e legerkorps moest via Lommel oprukken over de as Eindhoven, Sint-Oederode, Veghel, Uden, Grave, Nijmegen en Arnhem. Op de eerste dag moest om 17.00 uur Eindhoven zijn bereikt, om 0.00 uur Veghel, op de tweede dag om 12.00 uur Grave, Nijmegen om 18.00 uur en op de derde dag Arnhem om 15.00 uur. Daarna moest worden doorgestoten naar de zone rond Nunspeet, waarna bij Doesburg, Zutphen en Deventer bruggenhoofden over de IJssel moesten worden geslagen, waarna men direct kon doorstoten naar het Duitse Ruhrgebied.
Strategische fout 7 – een grote konvooi over een smalle weg, zonder adequate flank verdediging
De hele lange colonne van voertuigen en manschappen moest op deze smalle route de afstand naar Arnhem zien te overbruggen. Friedrich Paulus had al geleerd bij het beleg van Stalingrad dat ondersteuning van de flanken van cruciaal belang was. Toen de Russen door hadden dat de verdediging van de flanken minimaal was wisten zij met een omtrekkende beweging de hoofdmacht te omcirkelen en de Duitsers in te sluiten. Hier hadden de geallieerden iets van kunnen leren.
De flanken waren wel extra beveiligd door het Britse 8e en 12e Legerkorps, maar het was voor de Duitsers kinderspel om de opmars meerdere keren stil te leggen. De Duitsers lieten de eerste tanks passeren, waarna zij het vuur openden op de voorste tanks. Binnen enkele minuten waren negen tanks uitgeschakeld. De colonne moest stoppen en de kapotte tanks werden aan de kant geschoven. Het kostte enkele uren om de Duitse stellingen op te rollen. De geplande 2 tot 3 uur om Eindhoven te bereiken mislukte, toen de avond viel was Horrocks nog maar halverwege. De colonne moest stoppen omdat de brug bij Son ook nog niet hersteld was.
De volgende dag, 18 september begon het 30e Korps om 10.00 uur op te rukken naar Eindhoven. Eindhoven werd bereikt om 17.30 uur, vervolgens ging men door naar Son waar in de avond begonnen werd met het bouwen van een noodbrug. Het korps lag nu een volle dag achter op het schema.
Strategische fout 8 – aanvallen vanaf de flanken
Vanuit bezet Nederland kon vanuit het westen en noorden Duitse troepen worden aangevoerd die konden worden gebruikt om de flanken van het konvooi aan te vallen. Dit alles speelde zich af aan de linkerkant van de Britse aanvalsroute. Aan de rechterkant lag het Duitse Reichswald op korte afstand en werden uit het oosten ook ongehinderd de nodige Duitse versterkingen aangevoerd.
Strategische fout 9 – Gustav von Zangen en het 15e leger
Omdat de aandacht van de geallieerden niet meer op Walcheren en Zeeuws-Vlaanderen was gericht, kon Gustav Von Zangen en het 15e leger zich terug te trekken naar Breskens en uiteindelijk de overtocht te maken over de Westerschelde en zich terug te trekken achter de Festung Schelde Süd. De Britse bevelhebbers waren hier van op de hoogte maar namen de evacuatie eerst niet serieus. Pas op 9 september werd het duidelijk dat er grote hoeveelheden manschappen en voertuigen waren overgezet. 86.000 Manschappen, 6.222 voertuigen, 6.200 paarden en 6.500 fietsen werden met behulp van de bestaande veerdiensten en extra schepen aangevoerd uit Nederland, overgezet. Deze evacuatie onder leiding van Hermann Knuth werd door de Duitsers beschouwd als een overwinning en droeg bij aan “Das Wunder in Westen“. Er was geen sprake van onwetendheid bij het geallieerde opperbevel. De inlichtingendienst was goed geïnformeerd en ook het Zeeuwse verzet had een nauwkeurig beeld van de aanwezige Duitse troepen geschetst. Von Zangen was nu in staat door bezet Nederland op te trekken naar het oosten en de daar aanwezige troepen te gaan helpen.
Van 18 tot en met 26 september gebeurde er van alles, te veel om in detail te beschrijven. Hieronder de meest belangrijke momenten.
Chaos op 18 september
Bij Son was die middag een tweede grote landing. De tegenaanval van de Duitsers begon met een aanval op Veghel. Intussen werden de Amerikanen in Eerde door de Duitsers bestookt. Kurt Student werpt steeds meer kleinere eenheden tegen de flanken van de colonne in de strijd.
Een nieuwe eenheid, Panzerbrigade 107 werd door een treinkonvooi vanuit het Reichswald bij Venlo afgezet. In de avond bereikten de Duitse tanks Nuenen.
De 82nd Airborne Division probeerde ondertussen de Waalbrug bij Nijmegen te veroveren, maar alle pogingen mislukten.
De Duitsers hadden vanuit het Reichswald de 406 Infanteriedivision naar Groesbeek gestuurd. Duitse aanvallen werden tot staan gebracht, maar bedreigden toch het landingsgebied waar die middag een kleine 400 gliders neerkwamen met voorraden en 30 stuks artillerie.
Bij Niftrik werd zwaar gevochten om de spoor- en verkeersbrug over de Maas te veroveren.
De troepen van John Frost leverden bij de brug in Arnhem een hevige strijd om de brug te behouden. Aanval na aanval van de Duitsers werd afgeslagen.
Op de Ginkelse Heide landde rond 14.00 uur de zwaar vertraagde 4th Parachute brigade onder leiding van John Hackettmidden in eenveldslag.
In het noordwesten viel een Duitse eenheid aan, voor een deel bestaande uit Nederlandse SS‘ers. In het zuidwesten rukte Kampfgruppe West onder leiding van Hans von Tettau op. Op dit punt kwamen continu Duitse troepen aan die waren onttrokken aan de marine en bezettingseenheden van Holland. De dalende zweefvliegtuigen en parachutisten werden onder vuur genomen. Een 10e deel van de 4th Parachute Brigade werd uitgeschakeld.
De rest van de Britse 1st Airborne Division probeerden de mannen van Frost te bereiken maar konden niet door de taaie Duitse tegenstand heen breken. Roy Urquhart zat intussen op een zolder te schuilen zonder communicatiemiddelen en was niet in staat zijn commandotaken uit te voeren.
19 september, de chaos gaat door
De dag begon positief. De genie had bij Son een noodbrug geslagen en onmiddellijk werd de colonne op gang gebracht en bereikte om 11.00 uur de 82nd Airborne Division.
Britse tanks versterkten de kanaalbrug bij Veghel, heroverden de verkeersbrug bij Niftrik en reden door tot Nijmegen waar ze tot hun verbijstering ontdekten dat de verkeersbrug nog steeds niet was ingenomen.
In Arnhem verliep de dag catastrofaal. Twee bataljons probeerden in een nachtaanval door te breken, maar werden vrijwel vernietigd. De 4th Parachute Brigade probeerde naar de noordzijde van de brug te komen maar stuitte op Kampfgruppe Spindler. Met zware verliezen moest de poging worden gestaakt.
De noordelijke dropping zone ging verloren net toen een deel van de Poolse brigade in gliders met antitank geschut landde. Zowel het materieel als afgeworpen voorraden vielen in Duitse handen.
Het bataljon van Frost raakte door de munitie heen. Men hoopte ontzet te worden door een geplande Poolse landing maar die werd uitgesteld door het slechte weer.
Eindhoven was nog niet veilig. In de avond bombardeerden de Duitsers het centrum van de stad en verwoesten een Brits munitietransport.
20 september, nog meer chaos
Eerst nog goednieuws. De brug bij Nijmegen is eindelijk veroverd. Driehonderd man van de 82nd Airborne division slaagden er in met bootjes de Waal over te steken. De bootjes moesten echter nog aangevoerd worden vanaf Son, dus de oversteek kon pas in de middag plaatsvinden. De Waaloversteek wordt nu door het Amerikaanse leger als een van hun meest heroïsche daden beschouwd. Tanks bestormden direct vanaf de zuidzijde en braken de Duitse verdediging.
De weg naar Arnhem lag nu open maar tot verontwaardiging van de Amerikanen weigerde Horrocks meteen op te rukken. Een directe opmars had weinig uitgemaakt want de Duitsers hadden de brug in Arnhem weer heroverd. Frost zat in de morgen al bijna zonder water, voedsel en munitie. Dertien Tiger tanks konden de brug schoonvegen en oversteken. Daar was geen verdediging meer tegen bestand. Frost en zijn mannen werden, inclusief de gewonden, gevangen genomen door de Duitsers.
Bij Oosterbeek bevonden de Britten en de Duitsers zich in een patstelling. Afgeworpen voorraden vielen grotendeels op de Duitse stellingen. Door het ontbreken van radiocontact kon geen luchtsteun worden geboden.
Bij diverse plaatsen, zoals Eerde, Son, Mook Dinther en Heeswijk vonden nog diverse gevechten plaats.
21 september, de gevechten over en weer gaan door
De restanten van het Britse verzet bij de brug bij Arnhem worden door de Duitsers opgeruimd. De brug kon nu door de Duitsers worden gebruikt om versterkingen aan te voeren die de Britse grondtroepen richting Arnhem moesten tegenhouden. Het radiocontact met de luchtsteun viel weer uit. De Britten staakten hun doorbraakpoging.
De Poolse brigade kon nu eindelijk landen. Het weer was nog steeds slecht en een belangrijk deel van de vliegtuigen keerde terug naar Engeland. Zo werd maar de helft van de brigade afgeworpen.
Bij Oosterbeek bleef de frontlijn nagenoeg hetzelfde. Doordat de meeste voorraden op de Duitsers afgeworpen werden, begonnen voedsel, water en munitie schaars te raken. Men overleefde op het regenwater.
22 september
De Polen moesten de Duitsers afslaan maar hadden nauwelijks de beschikking over boten. Twee amfibische trucks die voorraden hadden moeten aanvoeren blijven steken in de uiterwaarden. Toch worden 52 Polen in kleine rubber bootjes de Rijn overgezet.
De Duitse opbouw bij Schijndel was duidelijk waar te nemen. De Amerikanen heroveren weer het dorp. De Duitsers doorbreken de corridor bij Mariaheide. Britse tanks verlaten overhaast Schijndel om Veghel te redden. Zo gaat het ook met Uden, maar de Duitsers maken van de verwarring gebruik om Eerde weer in te nemen. De aanvoer naar Nijmegen wordt nu ernstig belemmerd. Amerikaanse vrachtwagen chauffeurs hebben het nu over Hell’s Highway. Helmond wordt weer bevrijd door het 8ste korps.
23 september – twijfel slaat toe
De Britten hadden een chronisch gebrek aan voedsel, medicijnen en munitie. Nog steeds bleek het onmogelijk om het afwerpen van voorraden goed te coördineren. 90% viel in Duitse handen. De transportvliegtuigen werden door de Duitsers zwaar beschoten. Bij iedere missie raakte de helft van de vliegtuigen beschadigd. Nog even en er konden geen vluchten meer worden uitgevoerd.
Het Britse opperbevel vraagt zich af of de operatie moest worden doorgezet.
Bij Nijmegen landde nu eindelijk het 305 Glider Infantry Regiment. Het regiment kon gebruikt worden om Groesbeek te beschermen. Tegelijkertijd landde de helft van de Poolse brigade die op 21 september was omgekeerd.
24 september
153 Polen weten de Rijn over te steken.
Horrocks had carte blanche gekregen van het opperbevel om over het lot van de operatie te beslissen. Hij was vermoedelijk al tot de conclusie gekomen dat een evacuatie onvermijdelijk was. Horrocks belegde met alle commandanten de Conferentie van Valburg. Volgens de Polen probeerden de Britten de Polen de schuld te geven van het mislukken van de operatie. De feitelijke situatie maakte de Poolse interpretatie aannemelijk. Verder uitbreiding bij Oosterbeek was onmogelijk door direct Duits vuur.
De gevechten gingen in eerste instantie nog gewoon door. De Typhoons bestookten nu effectief de Duitse fronttroepen, vooral pantservoertuigen en artillerie. Opnieuw vielen de afgeworpen voorraden in Duitse handen. De aankomst van de Polen deed wel het Britse moreel stijgen.
In de middag werd met wederzijdse toestemming een staakt het vuren afgekondigd om de zwaargewonden naar Arnhem en Apeldoorn af te voeren. Bittrich had hier in toegestemd.
Bij het plaatsje Koevering overviel een Duits bataljon een Britse transportcolonne en blokkeerde de corridor twee dagen. Het nieuws van deze aanval was de nekslag voor de operatie. Horrocks kon nu zonder gezichtsverlies besluiten om de overgebleven troepen te evacueren.
25 september – de start van de aftocht
De hele dag werden voorbereidingen getroffen om de troepen uit Oosterbeek te evacueren. De Polen zouden als laatste de overtocht naar het zuiden maken, nadat ze de Britten hadden gedekt in hun overtocht. Gewonden bleven achter, verzorgd door het medisch personeel.
26 september – de aftocht gaat door
In de nacht vond een grootschalige evacuatie plaats (Operation Berlin). Onder dekking van zware regenval en hevige beschietingen vanuit Nijmegen, voeren tientallen stormboten af en aan om de ongeveer 2.400 manschappen naar de zuidelijke Rijnoever te brengen. Er waren echter te weinig boten waardoor niet iedereen op tijd kon worden overgezet. Dit trof vooral de Polen. Sommige soldaten zwommen naar de overkant en verdronken tijdens hun poging. 2.163 man slaagden er in om de rivier over te steken, waaronder vierhonderd piloten van zweefvliegtuigen. Bij het aanbreken van de dag maakte hevig Duits vuur verdergaan onmogelijk. De gewonden werden met het medisch personeel achtergelaten. De Duitsers namen nog zo’n zeshonderd man krijgsgevangen.
Van de Britse 1st Airborne Division was meer dan driekwart vernietigd.
In het zuiden opende de Amerikaanse 101st Airborne Division weer de corridor. Arnhem was nu niet meer de eindbestemming, de nieuwe frontlijn lag bij Nijmegen.
Tijdens Operation Pegasus I werden dankzij Nederlandse hulp nog 138 man naar de overkant van de Rijn overgezet. Een tweede poging, Pegasus II, mislukte. Een Duitse eenheid maakte de meeste deelnemers krijgsgevangen. Vele Nederlandse verzetsmensen moesten de operatie met de dood bekopen. Dergelijke grootschalige evacuaties werden gestopt. Individuele geallieerden werden in de komende maanden met hulp van het verzet naar het zuiden gesmokkeld.
Resultaat
De gevechten eindigden niet met de evacuatie van de Britse troepen op 26 september. Duitse en geallieerde eenheden bleven wekenlang doorvechten, met name in de Betuwe en rond de Rijn.
De geallieerden vernietigden zelf in oktober de verkeersbrug van Arnhem. Op 2 december zette Kurt Student een groot deel van de Betuwe onder water. Waar hij niet aan gedacht had was dat daarbij ook de Duitse stellingen zouden onderlopen.
Slachtoffers
Zoals altijd verschillen diverse bronnen van elkaar. Ruim 2.000 Britten en Polen waren gesneuveld of werden vermist. Ruim 6.000 Britten waren gevangen genomen, waarvan velen gewond. Ook 4.000 Amerikanen en 5.000 Duitsers sneuvelden of raakten gewond. Ook onder de burgerbevolking vielen 3.600 doden door de gevechtshandelingen.
Grote delen van Nederland werden dus niet bevrijd. Dat leidde in het westen tot de hongerwinter met nog eens 30.000 slachtoffers.
Nasleep
De Amerikaanse troepen die betrokken waren bij Market-Garden, de 101st Airborne Division en de 82 nd Airborne Division, bleven voorlopig in Nederland, maar werden later, in december 1944 naar de Ardennen verplaatst om deel te nemen aan het afslaan van het Duitse Ardennen offensief.
De Britse 1st Airborne Division was zo goed als vernietigd en werd later ontbonden. Het 30e Korps van Brian Horrocks trok zich terug naar de zuidelijke oever van de Rijn en consolideerde de linie rond Nijmegen.
De Britten bleven verantwoordelijk voor de linkerflank van het geallieerde front in Nederland. De slag om de Schelde werd voornamelijk gevoerd door Canadese troepen, met name het Eerste Canadese leger onder leiding van Harry Crerar. De Britten speelden een ondersteunende rol.
De Canadezen voerden zware gevechten bij Breskens, Woensdrecht en op Walcheren. De 2nd Canadian Infantry Division en de 4th Canadian Armoured Division waren cruciaal in het zuiveren van de Schelde en de oevers naar Antwerpen.
De taak van de Britten was het vasthouden van de linie rondom Antwerpen.
Tijdens het Ardennenoffensief speelden de Britten een cruciale rol in het noordelijk deel van het front, rond Aken en Luik. Montgomery kreeg tijdelijk het commando over het Amerikaanse 1e en 9e Leger in het noorden om de Duitse opmars te stoppen. De Britse 6th Airborne Division en de 53rd Welsh Infantry Division werden ingezet om de noordflank van het Duitse offensief te verdedigen.
De 1st Poolse Pantserdivisie nam deel aan de gevechten bij Breda en Tilburg, maar was verder niet direct betrokken bij de Slag om de Schelde.
Bronvermelding:
Wikipedia – Market-Garden
Een andere kijk op de slag om Arnhem – Peter Berends